Klant worden

Aan welke voorwaarden moet ik voldoen?

Als basis voor het vaststellen van de toekenningscriteria is uitgegaan van de NIBUD-bedragen voor het basisbehoeftenpakket: de minimale uitgaven van een zelfstandig huishouden op bijstandsniveau aan onvermijdbare zaken zoals voedsel, kleding en wonen. Ook de uitgaven aan enkele andere moeilijk te vermijden posten (bijv. enkele verzekeringen, niet-vergoede ziektekosten en persoonlijke verzorging) zijn meegeteld. Vervolgens is nagegaan welke uitgavenposten nog wel meegewogen moeten worden wanneer we spreken over noodhulp.

Door het NIBUD genoemde uitgavenposten:

Vaste lasten; huur, verzekeringen, energie, telefoon/televisie/internet. Het NIBUD gaat in al die gevallen uit van normbedragen. Met uitzondering van telefoon/televisie/internet stelt de werkgroep voor om niet uit te gaan van de normbedragen, maar de werkelijke kosten mee te tellen.

Reserveringsuitgaven: kleding/schoenen, inventaris, onderhoud huis/tuin en niet vergoede ziektekosten (het eigen risico en een normbedrag voor de eigen bijdrage). De kosten voor kleding van kinderen kunnen worden betaald met de kinderbijslag. Voor volwassenen is de aanname, dat zij bij een gemiddelde verblijftijd van een jaar nagenoeg geen uitgaven hoeven te hebben voor kleding.

Huishoudelijke uitgaven; was- en schoonmaakmiddelen en persoonlijke verzorging.

Daar er sprake is van een noodsituatie vindt de werkgroep uitgaven voor inventaris en onderhoud vermijdbaar. Bij de niet-vergoede ziektekosten zal er veelal een beroep gedaan worden op de beoordeling door de intaker.

De nieuwe normbedragen per 1 januari 2019 zijn:

Basisbedrag per huishouden: € 135.-
Per persoon (volwassene of kind): € 90.-

De nieuwe normbedragen per maand per gezin worden dan (voorbeelden):
1 persoon € 225.-
2 volwassenen € 315.-
1 volwassene en 1 kind € 315.-
1 volwassene en 2 kinderen € 405.-
1 volwassene en 3 kinderen € 495.-
2 volwassenen en 2 kinderen € 495.-

Uitgangspunt is, dat per huishouden slechts 1 pakket wordt verstrekt. Het normbedrag voor toelating conform de criteria en de grootte van het voedselpakket (of gelijkwaardig bij supermarktmodel) wordt vooral bepaald door het aantal inwonende gezinsleden. Zowel bij de inkomsten als bij de uitgaven geldt, dat bedragen die betrekking hebben op een kortere of langere periode worden omgerekend tot een bedrag per maand.

Wekelijkse bedragen x 4,3333
4-wekelijkse bedragen x 1,0833
Kwartaalbedragen / 3
Jaarbedragen / 12

* Naast echtparen gelden deze toetsingscriteria ook voor 2 volwassenen die samenleven of de voordeur delen.
Uitgangspunt is dat per huishouden slechts één pakket wordt verstrekt. Het normbedrag voor toelating conform criteria en de grootte van het voedselpakket worden met name bepaald door het aantal inwonende gezinsleden. Wanneer uw huishouden bestaat uit tenminste drie personen komt u in aanmerking voor een tweede pakket.
Elke 3 maanden / halfjaar wordt opnieuw bekeken of u nog voldoet aan de voorwaarden en of u al in staat bent zonder hulp van de Voedselbank verder te gaan.

U kunt ten hoogste 3 jaar deelnemen aan de Voedselbank.


Nadere uitleg bij verschillende inkomens- en uitgavenposten

Inkomsten

Hieronder vallen alle netto inkomsten, inclusief toeslagen en (voorlopige) teruggaaf Inkomstenbelasting van aanvrager, van de partner of inwonende volwassene waarmee een gezamenlijke huishouding wordt gevoerd.
Van inwonende (volwassen) kinderen met eigen inkomen uit arbeid of uitkering mag een bijdrage aan het gezinsinkomen worden verwacht (kostgeld). Hiervoor wordt standaard een bedrag van € 200,- per maand gerekend, ongeacht of dit ook daadwerkelijk wordt betaald. Dit geldt ook voor inwonende verdienende ouder, broer, zus of meerderjarige stief- of pleegkinderen. Ook van deze personen mag een bijdrage worden verwacht. De hoogte van de bijdrage zal worden bepaald door de intaker, maar zal minimaal € 200 per persoon per maand bedragen.

De volgende inkomsten worden niet meegerekend:

  • Inkomsten die een specifiek doel hebben, zoals langdurigheidstoeslag, bijzondere bijstand en kleine inkomsten uit hobby.
  • Neveninkomsten van kinderen zoals een krantenwijk of bijbaantje.
  • Studiefinanciering inwonende kinderen.
  • Persoonsgebonden budget [PGB]. Dit zijn doeluitkeringen; ook geen kosten tellen.

Uitgaven

Bij de uitgaven worden alleen de kosten meegenomen die betrekking hebben op de personen van wie inkomen is meegeteld. Kosten die bijvoorbeeld vanuit de kinderbijslag of persoonsgebonden budget worden voldaan dus niet meetellen. De meest voorkomende zaken die bijna alle uitgaven afdekken zijn:

  • De werkelijke kosten.
  • Rente en aflossing hypotheek. Conform de bankafschriften.
  • Energie en water. Conform de bankafschriften.
  • Premies
  • Zorgverzekering (basis en aanvullend). Conform de bankafschriften.
  • Overige verzekeringen (zoals: aansprakelijkheids-, inboedel- en uitvaartverzekering). De werkelijke kosten tot een maximum van € 167 p.m. en per volwassene.
  • Niet-vergoede ziektekosten: eigen risico en zelfzorgmiddelen, tot een maximum van € 38 p.m. en per volwassene. Eigen bijdrage voor o.a. geneesmiddelen ter beoordeling van de intaker.
  • Telefoon, TV en Internet (werkelijke kosten met een maximum van € 57 p.m. plus €4 per extra gezinslid vanaf 12 jaar). Uitgangspunt is, dat elk huishouden beschikt over een televisie en een computer met internetverbinding. De €4 per persoon is gebaseerd op een goedkope mobiele telefoon zonder databundel. Als een databundel aantoonbaar noodzakelijk is, kan hiervoor tot €10 per maand extra meegenomen worden.
  • Gemeentelijke belastingen (voor zover die daadwerkelijk worden betaald).
  • Persoonlijke verzorging. € 36 p.m. (vastgesteld normbedrag).
  • Was- en schoonmaakmiddelen. € 7 p.m. (vastgesteld normbedrag).
  • Vervoer € 26 p.m. (vastgesteld normbedrag). Op basis van fiets en zeer beperkt reizen met openbaar vervoer.
  • Belastingen Waterschap (voor zover die daadwerkelijk worden betaald).
  • Aflossing van schulden (schulden aan familieleden worden in beginsel niet Wanneer de schuld schriftelijk is vastgelegd en aflossingen via bankafschriften zijn te controleren kan de aflossing worden meegenomen).
  • Kosten kinderopvang mits noodzakelijk en onder aftrek van evt. toeslag
  • Kosten onderwijs voor zover daadwerkelijk betaald. Hiervoor zijn vrijwel altijd voorzieningen.
    Overige uitgaven dienen altijd gespecificeerd te worden.

De volgende uitgaven worden niet meegerekend:

  • Autokosten (of ander vervoer): alleen nog in heel bijzondere situaties wanneer de kosten ook aantoonbaar worden gemaakt. In dat geval mag € 0,19 per km. worden gerekend (voorbeelden kunnen zijn woon-werk en medische noodzaak).
  • Kosten van huisdieren: deze kosten komen niet in aanmerking als uitgaven, tenzij het aantoonbaar om een hulp- of blindengeleidehond gaat.
  • Premie voor spaar-, pensioen- of overlijdensrisicoverzekering met spaarelement, voor zover niet verbonden aan de eigen woning.

 Hardheidsclausule

Het is onmogelijk om alle situaties te vangen in regeltjes. Indien het toepassen van de hiervoor vermelde regels tot ongewenste situaties leidt, kan de intaker van de voedselbank, bij uitzondering en onderbouwd, hiervan afwijken.